vrijdag 7 januari 2011

vragen week 5


Neitzel, B. Narrativity in Computer Games.

Neitzel spreekt vooral over de verdeling tussen plot en creatie; de maker zou grotendeels het plot construeren en de speler draagt hier gedeeltelijk aan bij door de game op zijn/haar manier te spelen. Hoe zit dit echter bij simulatiegames waarbij je zelf grotendeels het plot construeert (bv. The Sims en Rollercoaster tycoon)? Hier creƫert de gamer zelf toch het narratief voor het grootste deel, vooral ook met cheats?

Sutton-Smith, B. Play and Ambiguity.

Sutton-Smith geeft in dit artikel een lijstje van verschillende vormen van play. Gaat hij er van uit dat deze lijst universeel en altijd geldig is? Ik denk namelijk dat er nog altijd andere vormen van play kunnen ontstaan die niet goed in dit rijtje te passen zijn.

Aarseth. E. Allergories of Space: The Question of Spatiality in Computer Games.

Aarseth heeft het op een gegeven moment over de tweedeling in indoor en outdoor games en lijkt hierbij te beweren dat de ruimte bij outdoorgames vrijwel oneindig is. Het lijkt mij echter dat er altijd wel grenzen bestaan aan de ruimte, ook in outdoor games. Hoe bedoelt Aarseth dit nu precies?

Kadervraag

Ik snap wel hoe ruimte en narratief veel met elkaar te maken hebben, maar er zijn toch vele andere aspecten in de gamewereld die met het narratief te maken hebben (b.v. audio, context, ook buiten de game om e.d.)? Waarom wordt ruimte en narratief steeds als zo’n sterk samenhangend paar genoemd?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten